Salvia

Salvia

Deze siersalie behoort tot de top-100 van de meest gewilde vaste planten in de tuin. Ontwerpers van moderne borders en onderhoudsarme plantenvegetaties in de trant van Piet Oudolf en anderen, zullen hem niet gauw overslaan. Sinds de beroemde Oost-Friese vasteplantenkweker Ernst Pagels deze Salvia met de naam ‘Ostfriesland’ in 1955 introduceerde, heeft deze plant een ware zegetocht over de (tuin)wereld gemaakt. Hij blijft heel lang mooi, vraagt heel weinig verzorging, bloeit maandenlang uitbundig met prachtige donkerpaarsblauwe lipbloemen in dichte aren aan de einden van de bloeistengels en hij is ijzersterk. Een combinatie van eigenschappen die ideaal is voor een moderne of klassieke tuin, van Engelse gemengde border tot een golvend, bloeiend, prairieachtig geheel zoals tuincomponist Piet Oudolf die maakt (bekend van o.a. de inmiddels beroemde ‘High Line’ in New York).

 
Salvia nemorosa

Salvia nemorosa, de bossalie, is een zeer lang levende vaste plant die inheems is van Midden- en Oost-Europa tot in Zuidwest-Azië. Het is een van de meer dan 900 eenjarige, tweejarige en meerjarige soorten die de wereld kent. Er bestaan ook tropische saliesoorten (in Centraal- en Zuid-Amerika). Salvia nemorosa groeit vanuit een stevige, korte wortelstok en vormt enigszins grijsgroene, iets gerimpelde bladeren met fijne kartelranden. Als hij bloeit steken de bloeistengels met kleine lipbloemen in dichte (schijn)aren daar bovenuit. Bij de wilde soort worden die aren soms wel tot 100 cm hoog. Er zijn cultivars uit ontwikkeld die 40-80 cm hoog kunnen worden. Salvia nemorosa ‘Ostfriesland’ wordt gemiddeld 50 cm of iets hoger, maar bloeit met massa’s bloeistengels. De hoogte hangt een beetje van de omstandigheden af. ‘Ostfriesland’ bloeit vanaf juni tot zelfs in september aan één stuk door. De naam ‘Salvia’ komt van ‘salvus’ (= ‘gezond’). Die algemene naam slaat eigenlijk op het bekende keukenkruid Salvia officinalis (de tuinsalie, die eigenlijk geen vaste plant, maar een halfheester is) dat al sinds duizenden jaren ook als medicinale plant wordt gewaardeerd. De soortnaam ‘nemorosa’ betekent ‘uit de bossen of bosranden’. Dan weet je meteen wat de natuurlijke verblijfplaats van deze soort is. Vandaar ook de soortnaam bossalie. Hoewel ‘Ostfriesland’ best wat lichte schaduw verdraagt, groeit hij toch het liefst op een zonnige plek. In het najaar sterft de plant bovengronds af, leeft tijdens de winter in zijn wortels ondergronds door en duikt in het voorjaar met nieuwe scheuten weer vrolijk op. 

Weinig zorg nodig

Salvia nemorosa ‘Ostfriesland’ is zo’n plant die zichzelf wel redt. Daar hoef je maar weinig aan te doen. Plant hem in goed doorlatende, voedzame, normale tuingrond en liefst (zie boven) op een zonnige plek, maar in heel lichte schaduw mag het ook. Als hij maar een paar uur direct zonlicht per dag krijgt, is het goed. Zorg dat de grond nooit helemaal uitdroogt. Dit is ook een van die planten die mogelijk nog eens gaat bloeien als je de bloeistengels na de eerste bloei licht terugknipt. Maar laat de stengels en het afstervende blad wat later in het jaar – als de plant zich voorbereidt op de winter – gerust zitten. Ze zorgen tijdens de winter voor bescherming van de doorlevende wortels eronder. Haal dat afgestorven materiaal pas in het voorjaar weg als de nieuwe scheuten op uitlopen staan. Geef dan ook een goede organische basisbemesting (bijv. met gedroogde koemestkorrels). Daar heeft de plant dan weer tijden genoeg voedsel aan. 

Ernst Pagels

De man die ‘Ostfriesland’ ontwikkelde was de bekende en unieke vasteplantenkweker en enorme plantenliefhebber Ernst Pagels die in 2007 op 93-jarige leeftijd stierf. Hij had zijn kwekerij in Leer in Oost-Friesland in Duitsland (tussen Emden en Papenburg, niet ver van de Nederlandse grens). Hij had veel vrienden in de Nederlandse tuinenwereld die regelmatig bij hem kwamen ‘buurten’ omdat het er altijd gezellig was en om te zien welke nieuwe planten ‘hij nu weer ontwikkelde’. Pagels deed daar nooit geheimzinnig over. Een kring van vrienden heeft zijn kwekerij (inmiddels een stichting) omgevormd tot een meer-generaties-kijktuin die een bezoek zeker waard is.

Andere S. nemorosa-cultivars

Dat zijn er tientallen. We noemen de in 1956 geïntroduceerde ‘Mainacht’ die bijna zwartblauw bloeit (mei-augustus) en makkelijk 60 cm hoog wordt. De violetroze bloeiende ‘Amethyst’ wordt nog hoger (60-80 cm). ‘Viola Klose’ (paarsblauw) blijft veel lager: 40 cm, net zoals de compact blijvende ‘Blaukönigin’ (blauwviolet). Heel bekend is ook de zuiver blauw bloeiende ‘Blauhügel’ (50 cm). Bijzonder is de vrij nieuwe ‘Caradonna’ (donker-blauwviolet) die bovendien donkerpaarse stengels heeft (65 cm). ‘Rose Queen’ bloeit roze (70 cm). De afwijkende ‘Pusztaflamme’ (60 cm) bloeit met roodpaarse, gevulde, propachtige, onvruchtbare bloemen die – anders dan bij ‘Ostfriesland’ – geen vlinders en bijen aantrekken.

TIP

Salvia nemorosa ‘Ostfriesland’ komt het beste over in losse groepen (van minstens drie planten) tussen andere vaste planten zoals zonnehoed (Echinacea), klokjesbloemen (Campanula), kattenkruid (Nepeta), ooievaarsbekken (Geranium) enz. Pak een plant en combineer al in je karretje bij GroenRijk wat je mooi bij elkaar vindt passen.

In kort bestek

Salvia nemorosa ‘Ostfriesland’ vormt een mooie ‘heuvel’ en bloeit heel lang en rijk (juni-september) met donkerpaarsblauwe bloemen die aan aren boven het grijsgroene, fijne blad uitsteken. Hoogte ca. 50 cm. Hij groeit graag in de zon (maar verdraagt lichte schaduw) en in normale, voedzame tuingrond. Deze langlevende vaste plant trekt vlinders en bijen aan. Ook  een goede snijbloem. Nu heel aantrekkelijk geprijsd bij GroenRijk.

Kijk voor meer informatie op groenrijk.nl

Kijk ook eens naar de volgende berichten:

Vroeg voorjaar met narcissen

Aan het einde van de winter haal je met de gele trompetjes van de Narcissus 'Tête-à-tête' het voorjaar alvast in huis. Zo hoef je niet lang te wachten om mooie, bloeiende narcissen te zien. GroenRijk verkoopt deze Narcissus 'Tête-à-tête' al in pot.

 

Hoofd in de wolken

De 'Tête-à-tête' is een narcis van ongeveer 15 tot 20 cm hoog met aan iedere stengel twee tot drie trompetjes. Je kunt wekenlang van dit zonnetje in huis g...

Lees meer...
Wat maakt mij éxtra mooi?

Medinilla’s, ofwel trosboemen zijn volgens ons al op zijn mooist. Maar een lichte douche geeft haar wel extra energie. Geregeld lichte nevel verlengt de bloei-periode, die toch al bijzonder lang is. Twee maanden lukt bij iedereen wel en zelfs vijf maanden is geen uitzondering. Die bloeitijd – november tot februari – is echt een sensatie. Per stengel piepen er wel honderden knalroze bloemetjes onder de schutbladen vandaan.

 

Medin...

Lees meer...
Primula, de vroege vogel in de tuin

De bloemstengels van de Primula acaulis lijken enigszins op sleutels. Tenminste als je een sleutel met de baard in de lucht steekt. Dat is één verklaring voor de naam Sleutelbloem. Ook is er de legende die verhaalt over Petrus. Zittend bij de hemelpoort zou hij in het lentezonnetje zijn weggedommeld. Zijn sleutelbos zou daarbij uit zijn handen zijn gegleden. En op de plek waar de sleutelbos de grond raakte ontloken schitterende goudgele bloemen. Maar wat het...

Lees meer...